Het gebouw

Huizen met poort voor de schuilkerk

De eerste erediensten werden in 1588 gehouden in een woonhuis aan de Groenhazengracht. In 1613 werd de kleine “Jeruzalemskapel” in het Jeruzalemshofje aan Kaiserstraat als kerkruimte in gebruik genomen.
In 1618 is de Evangelisch-Lutherse kerk te Leiden als een schuilkerk gebouwd achter de huizen van de Hooglandse Kerkgracht. De “Dissenters”, waartoe de Lutheranen behoorden, mochten geen kerken aan de straat bouwen; de gebouwen mochten niet opvallen en dus ook geen toren hebben. Voor de kerk stonden dus huizen met aan de straatzijde daartussen een hardstenen poort die toegang gaf tot het kerkgebouw.

interieur-1712Het was een eenvoudig rechthoekig gebouw. Het interieur werd door zuilen en bogen in drie schepen verdeeld, het middenschip gedekt met een tongewelf, de zijschepen met een ziende bekapping. Oorspronkelijk waren de zuilen gemarmerd, er waren eikehouten trekbalken en in de zijbeuken ziende kappen. In 1640 werd de kerk vergroot met een gaanderij aan de ingangszijde; in 1660 kwam er een gaanderij aan de orgelzijde met zitplaatsen. Van het interieur is een tekening bewaard gebleven in het boek “Les delices de Leyde” uit 1712.
lutherse-kerk-leiden-voorgevel-na-sloop-huisjesIn de 19-e eeuw zijn de huizen voor de kerk gesloopt zodat het voorplein vrijkwam. De consistorie naast de kerk werd gebouwd in 1861 en de voorgevel van de kerk werd toen verfraaid door de architect Schaap.

In 1888 werd voor de oude voorgevel een nieuwe voorgevel met drie ramen gebouwd onder leiding van de architect H. J. Jesse. Op deze gevel stond een torentje. Dit torentje moest echter kort voor de tweede Wereldoorlog wegens bouwvalligheid afgebroken worden. De windwijzer, die het geheel bekroonde, bevindt zich nog in de kerk. Het interieur is in zijn huidige staat 19-e eeuws.

lutherse-kerk-leiden-voorgevelHier ziet u de voorgevel van het kerkgebouw in de huidige staat, met rechts daarnaast de voorgevel van de consistoriekamers.