Geschiedenis Lutherse Kerk Leiden

In 1618 is de Evangelisch-Lutherse kerk te Leiden als een schuilkerk gebouwd achter de huizen van de Hooglandse Kerkgracht. Het was een eenvoudig rechthoekig gebouw. Het interieur werd door zuilen en bogen in drie schepen verdeeld, het middenschip gedekt met een tongewelf, de zijschepen met een ziende bekapping. Oorspronkelijk waren de zuilen gemarmerd, er waren eikehouten trekbalken en in de zijbeuken ziende kappen. In 1640 werd de kerk vergroot met een gaanderij aan de ingangszijde; in 1660 kwam er een gaanderij aan de orgelzijde met zitplaatsen. Van het interieur is een tekening bewaard gebleven in het boek “Les delices de Leyde” uit 1712.

In 1888 werd voor de oude voorgevel een nieuwe voorgevel met drie ramen gebouwd onder leiding van de architect H. J. Jesse. Op deze gevel stond een torentje. Dit torentje moest echter kort voor de tweede Wereldoorlog wegens bouwvalligheid afgebroken worden. De windwijzer, die het geheel bekroonde, bevindt zich nog in de kerk. Het interieur is in zijn huidige staat 19-de eeuws.