Maarten Luther 1483 - 1546
Inhoud:
  1. Belangrijke jaartallen:
  2. Korte biografie:
  3. Chronologie van het leven van Maarten Luther
  4. Legenden rond Luther
  5. Maarten Luther als kind en zijn jonge jaren (1483-1501)
  6. Luther als student in Erfurt (1501-1505)
  7. Legenden rond Luther: De blikseminslag
  8. Maarten Luther als monnik (1505-12)
  9. Maarten Luther als professor in Wittenberg (1512-17)
  10. Het aanslaan van de stellingen en de gevolgen (1517-19)
  11. Legenden rond Luther: Het aanslaan van de stellingen
  12. De reacties op de 95 stellingen
  13. De gebeurtenissen tot 1519
  14. Bedreiging met de ban en verbranding van de bul waarin hij met de ban bedreigd werd (1520/21)
  15. Legenden rond Luther: Luther en bomen
  16. Luther op de rijksdag te Worms (1521)
  17. Luther op de Wartburg (1521/22)
  18. Legenden rond Luther: De worp met de inktpot
  19. Johannes Gutenberg en de boekdrukkunst
  20. Luthers terugkeer naar Wittenberg (1522-25)
  21. Luthers huwelijk met Katharina van Bora (1525)
  22. Luthers rol bij de godsdienstgesprekken
  23. Luthers laatste levensjaren (1540-46)
  24. Luthers sterven (1546)
  25. Het Lutherlied
  26. Belangrijke personen rond Luther
  27. Mevrouw Luther, Katharina von Bora.
  28. Philippus Melanchton
  29. Lucas Cranach de Oudere
  30. Frederik de Wijze

Belangrijke jaartallen:

  • 1483 (10.11.) Geboorte in Eisleben
  • 1497 Magdeburg school "Broeders des gemenen levens"
  • 1501 Aanvang rechtenstudie in Erfurt
  • 1505 intrede als Augustijner Monnik in Erfurt
  • 1506 afleggen van de gelofte als monnink
  • 1507 Inwijding tot priester in Erfurt (Mariadom)
  • Aanvang van de studie theologie
  • 1512 Doctor in de Theologie te Wittenberg
  • 1514 Beroep tot predikant aan de Wittenberger Stadtskirche
  • 1517 Het aanslaan van de stellingen
  • 1521 Ban en vlucht op de Wartburg
  • 1522 Terugkeer naar Wittenberg
  • 1525 Huwelijk met Catharina van Bora
  • 1534 Uitgave van de Bijbel in de Duitse vertaling 1546 (18.02.) Sterven in Eisleben

  • naar begin

    Korte biografie:

  • Geboren 10-11-1483 te Eisleben, als zoon van de mijnwerker Hans Luther,
  • Gestorven.18-2-1546 Eisleben;
  • Trad ten gevolge van een bij een zwaar onweer afgelegde gelofte op 17 juli 1505 in in de kloosterorde van de Augustijner Heremieten, waar hij in het jaar 1507 tot priester gewijd werd.
  • In het jaar 1512 promoveerde hij te Wittenberg tot doctor in de theologie.
  • Zijn eerste colleges over de Psalmen hield Luther in de jaren 1513-1515, van 1515/16 volgden colleges over de Romeinenbrief en van 1516-1518 over de Galaten en Hebreënbrief.
  • De afkondiging van de aflaat waarvan de opbrengst bestemd was voor de bouw van de St. Pieterskerk te Rome (circa 1516) door de Dominikaan J. Tetzel, die als een marktkoopman te werk ging, riep bij Luther protest op.
  • Luther brengt zijn bewaren onder woorden in 95 stellingen, die hij op 31 oktober 1517 ten behoeve van een dispuut met geleerden in Wittenberg liet aanslaan en aan de aartsbisschop van Mainz stuurde met de uitnodiging hier schriftelijk op te reageren.
  • Luthers stellingen werden, voor hem zelf onverwachts, ongekend wijd verspreid. Reeds in 1518 dienden de aartsbisschop van Mainz en de Dominicanen klachten in Rome in. In het verhoor door de kardinaal-legaat Th. Cajetanus de Vio in oktober 1518 in Augsburg weigerde Luther ook maar iets te herroepen. Tijdens het dispuut te Leipzig in juli 1519 tussen J. Eck en A. Karlstadt verzette Luther zich tegen de gedachte dat de algemene Concilies niet kunnen dwalen. Vanuit zijn leer van de rechtvaardiging volgde automatisch kritiek op het pausdom, dat volgens Luthers opvatting over de goede verstaanbaarheid van de Schrift heenstapte. De bul "Exurge Domine" van 15 juni 1520 eiste zijn onderwerping. Luther antwoordde met de publicatie van zijn 3 grote geschriften, waarin hij zijn gedachten ontvouwde, "Aan de Christelijke adel van de Duitse natie" (augustis 1520), "Van de Babylonische Ballingschap der Kerk" (oktober 1520) en "Van de vrijheid van een Christen" (november 1520), waardoor hij het grootste deel van het Duitse volk voor zich inwon.
  • De pauselijke bul, waarin hij veroordeeld werd, werd door hem op 10 december 1520 plechtig verbrand.
  • Op 3 januari 1521 wordt Luther door paus Leo X geëxcommuniceerd.
  • Tijdens de Rijksdag te Worms in april 1521 weigerde Luther te herroepen en zich zwijgend te onderwerpen aan een algemeen Concilie; keizer Karel V deed hem daarop in de rijksban.
  • Keurvorst Frederik de Wijze van Saksen liet Luther na een in scène gezette overval op de Wartburg brengen, waar de vertaling van het Nieuwe Testament ontstond, die in 1522 gedrukt verscheen en in 1534 door de vertaling van het Oude Testament werd gecompleteerd. Tijdens het verblijf op de Wartburg ontstonden op veel plaatsen Lutherse gemeenten. Zijn geschrift tegen de gelofte van de monniken bracht talloze monniken en nonnen er toe het klooster te verlaten.
  • De boerenopstanden, die in de jaren 1524/25 overal in het rijk uitbraken, beriepen zich vaak op Luthers leer, maar de gruweldaden, die begaan werden, brachten hem, nadat hij in het begin begrip voor de bedoeling van de onder rechtsonzekerheid lijdende boeren had opgebracht, er toe de vorsten "Tegen de roofzuchtige en moordzuchtige boeren" tot aktie op te roepen.
  • Op 13 juni 1525 trouwde Luther met de voormalige Cisterzienser kloosterzuster Katharina von Bora.
  • De tegenstelling tussen Huldrich Zwingli en de Wederdopers kwam nu scherper naar voren. Het Godsdienstgesprek te Marburg (1529) met Zwingli leidde slechts gedeeltelijk tot overeenstemming, omdat Luther aan de reële tegenwoordigheid van Christus in het Avondmaal vasthield.
  • Om het volk te onderwijzen schreef Luther in 1529 de "Kleine Catechismus", voor de predikanten de "Grote Catechismus".
  • Tijdens de Rijksdag te Augsburg in 1530 boden meerdere evangelische rijksstanden hun voornamelijk door Melanchthon geschreven belijdenisgeschrift ("Confessio Augustana", "Geloofsbelijdenis van Augsburg") aan.
  • In 1539 stelde Luther in het geschrift "Van de Concilies en de Kerk" zijn visie op de kerk voor. Hij ontkende niet de mogelijkheid van zalig worden voor Rooms-Katholieke Christenen binnen een door de paus geleide kerk, maar hij legde hij wel de vinger bij de wortels van de kerk in Woord en Sacrament, zonder dat er mensen aan te pas komen.
  • In de laatste jaren van zijn leven wijdde Luther zich aan opbouw van de gemeenten.
  • De geschriften en de Bijbelvertaling van Luther hebben tot de verbreiding en doorbraak van een algemeen gebruikt Hoogduits wezenlijk bijgedragen. Zijn taal was gestempeld door de stijl van de meeste kanselarijen en de middeleeuwse bekeringsliteratuur.
  • Het hart van Luthers theologie klopt in de leer van de rechtvaardigmaking, die Christocentrisch moet worden uitgelegd.
  • In zijn geniale uitleg van de Bijbel is een keur aan theologische vernieuwingen vastgelegd, die zich moeilijk in een systeem laten vangen. In een onverbiddelijk worstelen om de waarheid van de openbaring van God in Christus was Luther ook de wegbereider van de problematiek van de nieuwe tijd (Wereld en mensbeschouwing).
  • Op politiek en sociaal terrein in het geheel niet principieel behoudend, past Luther toch in veel opzichten binnen het raamwerk van de 16e eeuw (Driestandenleer).
  • Hij zag zichzelf als leraar in de heilge Schrift, niet als hervormer van de kerk of de staat in het kader van de toenmalige ordening van de maatschappij.

  • naar begin

    Chronologie van het leven van Maarten Luther

    Vier perioden in Luthers leven

    De aard van de geschriften en het spreken van Maarten Luther als ook de verhouding van de Reformator tot zijn omgeving hebben gedurende de tijd van zijn leven grote veranderingen ondergaan. Het leven van Luther laat zich in vier grote perioden onderverdelen.
    De eerste periode van zijn leven, die de tijd van Luther als kind, zijn tijd op de universiteit en zijn tijd als Augustijnermonnik omvat, is vooral door het zoeken naar godsdienstige kennis te typeren. Luther wordt later professor aan de iniversiteit van Wittenberg.
    Wanneer hij eindelijk tot het beslissende inzicht komt, ziet hij, dat in de wereld en de kerk veel gebreken zijn ontstaan. Hij gaat tegen de misstanden in de kerk te keer en maakt daarbij heftige reacties los.
    Daarop moet Luther zich op aanwijzing van zijn keurvorst op de Wartburg verbergen, de beweging van de Reformatie heeft echter al enige machtigen van het land gegrepen en is niet meer te stuiten. Luther kan naar Wittenberg terugkeren om zijn tegenstanders te bestrijden en zijn ideeën in de praktijk om te zetten.
    In de laatste jaren is de Reformator weliswaar niet minder slagvaardig, maar toch vertonen zich nu ook lijdzaamheid en zijn neiging tot woedeuitbarstingen in de geschriften van de ouder wordende Reformator.

    naar begin

    Legenden rond Luther

    Natuurlijk vormt een persoon, die zo zeer ter discussie staat als de Hervormer Dr. Maarten Luther, een ideale voedingsbodem voor het ontstaan van anecdoten en legenden. Daarbij leefde hij in een tijd, waarin het geloof aan heksen en de duivel, aan bovennatuurlijke gebeurtenissen en het op handen zijnde einde van de wereld onder het volk wijd verbreid waren. Weliswaar is de waarheid van de meeste legenden gering, maar de graad waarin ze vermakelijk zijn niet.

    Maarten Luther...

  • ... beloofd onder bliksem en onweer om monnik te worden
  • ... slaat de 95 stellingen aan op de deur van de Slotkapel
  • ... vecht op de Wartburg met de duivel
  • Keizer Karel V bij het graf van de Reformator
  • Luthereik, Lutherlinde, Lutherbeuken en een appelboompje
  • "Hier sta ik en kan niet anders! God helpe mij, amen!

  • naar begin

    Maarten Luther als kind en zijn jonge jaren (1483-1501)

    Maarten Luther (geboren als Maarten Luder: hij noemt zich later Luther) werd op de 10e november 1483 in een wereld vol spanningen geboren (Geboortehuis). Grote veranderingen zaten in de lucht, ook hij zou een belissende bijdrage aan deze veranderingen leveren... Luthers vader, een boerenzoon, trekt in het jaar 1484 kort na de geboorte van Luther van Eisleben naar Mansfeld en probeert daar het bestaan van het gezin, door deel te nemen in de kopermijnbouw, te verbeteren. Dit bereikt hij ook: reeds in 1491 wordt de familie onder de belangrijkste van de stad Mansfeld gerekend.
    De moeder van Luther, Margarete Luder, heeft een groot aantal kinderen te verzorgen en gaf Luther een strenge opvoeding. Hij bezoekt in Mansfeld de Latijnse school, waar nog Middeleeuwse, barbaarse leermethoden gehanteerd worden. Luther wordt als een stille, terughoudende en door de strenge orde bedeesde, maar toch erg begaafde scholier, beschreven. In 1497 gaat Luther naar Magdeburg naar de school van de "Broeders des Gemenen Levens" en van daaruit in 1498 naar Eisenach naar familieleden van de Luthers. Daar studeert hij op de stedelijke parochieschool te Eisenach. De financiële situatie van de familie staat het toe, dat Luther in 1501 een studie aan de universiteit te Erfurt beginnen kan. Vader Hans Luther hoopt zijn begaafde zoon met de rechtenstudie aan een goed bestaan als jurist te helpen.

    naar begin

    Luther als student in Erfurt (1501-1505)

    De reeds in 1392 gestichte universiteit van Erfurt behoort in deze tijd tot de belangrijkste Duitse universiteiten. Dit zal er de reden van geweest zijn, dat Luthers vader deze plaats voor zijn zoon uitkoos. Men moest in de tijd van Luther, voordat men naar een hogere faculteit kon gaan, eerst de zogenaamde zeven vrije kunsten leren. Dit doet Luther ook en hij krijgt in het jaar 1502 het baccalaureaat, de eerste academische graad. In het jaar 1505 wordt hij magister. De trotse vader hoopt nu, dat de rechtenstudie even goed zal verlopen en zijn zoon spoedig een voorname positie als jurist zal bekleden. Luther echter - zo gaat het verhaal - doet in een storm op de 2e juli 1505 een gelofte om monnik te worden. Dit doet hij tot verassing van zijn vrienden, die hem als levenslustige kameraad kenden. Tot boosheid van zijn ouders treedt hij in in de bedelorde van de Augustijnen in het Erfurter klooster.

    naar begin

    Legenden rond Luther: De blikseminslag

    "Help, heilige Anna, ik wil een monnik worden!"
    Een gebeurtenis, die het leven van Luther ingrijpend veranderde, vond op de 2e juli 1505 bij Stotterheim plaats. Deze moet uit de levenslustige student in de rechten een ootmoedige, naar de genade van God zoekende monnik maken. Luther, die juiste de graad van magister verworven had en nu een studie in de rechten gestart was aan de iniversiteit van Erfurt, was op de terugreis van een bezoek aan zijn ouders in een zware storm terecht gekomen. Nog een paar uur van Erfurt verwijderd, trof hem eem zwaar onweer. In zijn nabijheid sloeg de bliksem in, en hij werd zelfs door de luchtdruk tegen de grond geslingerd. In dit ogenblik riep hij de heilige Anna aan en hij deed een gelofte: "Ik wil een monnik worden."

    Luther heeft later nog meerdere keren over deze gebeurtenis gesproken. Ook wordt voor zeker gehouden, dat hij reeds voor de ervaring in de storm met de gedachte, om monnik te worden, gespeeld heeft.
    Tot woede van zijn vader lost hij de gelofte ook in: op 17 juli begeeft Luther zich in het Zwarte Klooster te Erfurt en wordt hij monnik.

    naar begin

    Maarten Luther als monnik (1505-12)

    Op het bij die storm genomen om monnik te worden komt hij ook niet terug, wanneer vrienden en vooral zijn vader de succesvolle student en aankomende jurist proberen op andere gedachten te brengen. Hij gaat in het jaar 1505 in het klooster van de Augustijnen te Erfurt, waar hij in 1506 zijn gelofte als monnik aflegt. Het leven als monnik was in de tijd van Luther zwaar, het bestond uit vasten, bidden en werken. De dag van de monniken begon om 3.00 uur met de eerste gebedstonde. Deze tijd vormt Luther sterk, vooral wordt hij hier sterk op de Bijbel betrokken, hetgeen zijn latere bezig zijn en zijn toekomstige geschriften zal typeren. In 1507 wordt Luther in Erfurt tot priester gewijd. In dit jaar begint hij ook zijn studie in de theologie te Erfurt. Hij bestudeert de scholastiek, komt echter met de gedachten van de humanisten in aanraking, ook begroet hij hun oplossing 'Ad Fontes!' - terug naar de bronnen. Voor hem betekende dit vooral het bestuderen van de Griekste en Hebreeuwse bronnen van de Bijbel (Bijbelhumanisme).

    naar begin

    Maarten Luther als professor in Wittenberg (1512-17)

    Luther, in 1512 doctor in de theologie geworden, krijgt nu aan de Wittenbergse universiteit "Leucorea" de leerstoel in de Bijbelse theologie. Hij houdt colleges over de Psalmen (1515/16), de Brief aan de Galaten (1516/17) en de Brief aan de Hebreën (1517/18). Deze tijd wordt door een hevig worstelen om geloofskennis gekenmerkt. Het voor hem beslissende licht in het geloofsleven moet hij bij het nauwkeurige bestuderen van de Brief aan de Romeinen gekregen hebben: De mens bereikt de gerechtigheid alleen door de genade van God, niet door de goede werken (Rom. 1, 17): "Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven." Luther kwam, zoals hij zelf vertelt, tot dit voor hem beslissende inzicht in de studeerkamer van zijn kloostertoren te Wittenberg. Het tijdstip van dit als " Turmerlebnis" bekend staande voorval is echter omstreden. Rond Luther vormt zich nu een kring van theologen, waartoe ook Nikolaas van Amsdorf en Andreas Bodenstein (Karlstadt) behoren. Ook wordt Luther in het jaar 1514 als predikant aan de Wittenberger Stadskerk beroepen.

    naar begin

    Het aanslaan van de stellingen en de gevolgen (1517-19)

    De voorgeschiedenis

    Sedert 1514 is Luther niet alleen hoogleraar in de theologie aan de universiteit van Wittenberg, maar ook predikant in de Stadskerk van Wittenberg. daarmee heeft hij ook voor het "zieleheil" van zijn gemeente te zorgen.

    Hij moet echter vaststellen, dat veel mensen uit Wittenberg niet meer bij hem komen om te biechten, maar in plaats daarvan naar de Brandenburgse of Anhaltse steden zoals Jüterbog of Zerbst reizen, om daar aflaatbrieven (vooral de Petrusaflaat) te kopen.

    De praktijk van de aflaatverkoop, die als het ware in de plaats van de biecht kwam, en waarmee men voor zichzelf het zieleheil kon kopen, is volledig in strijd met Luthers overtuiging. Hij gelooft er immers vast in, dat ieder mens zich levenslang in ootmoed behoort toe te vertrouwen aan Gods genade.

    De handel met aflaatbrieven neemt vooral sedert het jaar 1507 dramatisch toe, omdat de Curie in Rome en bisschop Albrecht van Brandenburg, aan wie in Duitsland de aflaathandel is opgedragen, in steeds groter geldnood raakten.

    Daarbij komt nog, dat de Dominicanermonnik Johan Tetzel, welke in Anhalt en Brandenburg de aflaten verkocht, zijn "werk" als een marktkoopman doet en dat over het laatste ook veel verhalen in omloop raken. Zo wordt verteld, dat men bij Tetzel ook de zonden van mensen die al gestorven waren kon laten uitdelgen.

    Ook uitspraken van Tetzel, zoals "Als het geld in het kistje klinkt, het zieltje in de hemel springt", riepen bij Luther protesten op.

    Het "aanslaan van de stellingen" op de 31e oktober 1517

    Reeds voor 31 oktober 1517 heeft Luther zich in preken tegen de aflaathandel uitgesproken. Maar op deze dag schrijft hij, nadat hij een geschrift met richtlijnen voor aflaathandelaars gelezen heeft, aan zijn kerkelijke meerderen. Hij hoopt daarmee deze misstand te kunnen opheffen. Aan de brief voegt hij 95 stellingen toe, die als uitgangspunt voor een dispuut over dit onderwerp moesten dienen.

    Dat Luther op de betreffende dag zijn stellingen met luide hamerslagen op de deur van de Slotkapel te Wittenberg gespijkerd zou hebben, behoort waarschijnlijk tot het rijk der legenden.

    naar begin

    Legenden rond Luther: Het aanslaan van de stellingen

    Wij schrijven 31 oktober, anno domini 1517: Luther slaat met luide hamerslagen, die door heel Europa galmen, de 95 stellingen aan op de deur van de Slotkerk in Wittenberg: Dit is op veel afbeeldingen te zien en werd tot in onze eeuw als historisch feit erkend. Het is een beeld, dat - als geen ander - tot het symbool van de Reformatie geworden is.

    Het sloeg als een bliksem in, toen in 1961 de katholieke Lutheronderzoeker Erwin Iserloh in het openbaar beweerde dat, het aanslaan van de stellingen tot het rijk der fabelen behoorde.
    Toch zijn de aangevoerde feiten volstrekt duidelijk. Ten eerste stamt de eerste schriftelijke vermelding van deze gebeurtenis van Philippus Melanchthon, die echter geen ooggetuige geweest kan zijn, omdat hij pas in 1518 als hoogleraar aan de Wittenbergse universiteit werd aangesteld.
    Tevens verschijnt deze vermelding pas na de dood van Luther; van hem zelfs is dus geen commentaar op het "Timmerwerk" uit het jaar 1517 overgeleverd.

    Weliswaar zouden aan de deur van de Slotkerk regelmatig aankondigingen voor discussies zijn aangebracht, maar moet het aanbrengen in het openbaar van de stellingen zonder een reactie van de bisschoppen af te wachten, als een zuivere provocatie van de leiders beschouwd worden. Dit mogen we echter een Luther, die eigenlijk alleen misstanden wilde verbeteren, niet in de schoenen schuiven.

    Ook is op te merken, dat in Wittenberg geen openbare discussie naar aanleiding van de stellingen plaatsvond en ook (nog steeds) geen oorspronkelijke uitgave van de stellingen is aangetroffen.

    Dus blijft alleen over wat zeker is: Luther schreef op de 31e oktober 1517 brieven aan zijn superieuren, waarin hij de praktijk van de aflaathandel aankaartte en aanspoorde tot het uit de wegruimen van de misstanden. Bij de brieven voegde hij 95 stellingen, die als uitgangspunt voor een gesprek over dit thema moesten dienen.

    Weliswaar wordt op het ogenblik door de meerderheid van de Lutheronderzoekers voor bewezen gehouden, dat Luther op de bewuste dag niet met de hamer te werk ging, maar toch is het beeld van het aanslaan van de stellingen nog een van de meest gebruikte in de omgang met Luther, de Hervorming en de Lutherstad Wittenberg.

    naar begin

    De reacties op de 95 stellingen

    Luther heeft de 95 stellingen buiten de bisschoppen slechts aan enkele vrienden gestuurd. Daarom verwacht en krijgt hij ook niet meteen een reactie. Toch zijn reeds op het einde van het jaar 1517 gedrukte exemplaren van de stellingen in Leipzig, Nürnberg en Basel in omloop. Er is zowel sprake van een stormachtige bijval van de kant van de humanistische geleerden, als ook volledig afwijzing uit vele hoeken van de Rooms katholieke Kerk. Maar vooral van de kant van de meest bekritiseerde aflaatprediker Tetzel, die zelfs dodelijke bedreigingen in de richting van Luther geuit moet hebben en hem reeds "in navolging" van de tot ketter veroordeelde Johannes Hus op de brandstapel wenst te zien.

    De bisschoppen reageren echter voorlopig nog niet drastisch. Ze berichten de paus over de "opstandeling" in de eigen gelederen en doen een beroep op de directe meerderen van Luther matigend op de rebel in te werken. De door Luther aangekaarte fouten erkennend, begroeten enige bisschoppen zelfs aanvankelijk de voorstellen tot hervormingen.

    naar begin

    De gebeurtenissen tot 1519

    Luther ziet zich door de groeiende druk genoodzaakt zijn stellingen door verdere geschriften nader toe te lichten en te verduidelijken. Hij zelf uit zich in het jaar 1518 met het verweer, dat hij met de stellingen alleen maar een misstand wilde opruimen en niet het hele pausdom uit zijn voegen wilde lichten.

    Toch is de lawine nu niet meer te stuiten. De Curie reageert drastisch op de vermeende ketter: In 1518 wordt in Rome het proces tegen deze ketter geopend. Dit blijft echter rusten omdat het land met de regeling van de opvolging van de overleden keizer Maximilianus bezig is. Na de keuze van karel V tot keizer wordt de strijd tegen Luther en zijn aanhangers echter voortgezet.

    naar begin

    Bedreiging met de ban en verbranding van de bul waarin hij met de ban bedreigd werd (1520/21)

    Luther distancieert zich van het pausdom

    Door de voortdurende aanvallen van de kant van de Roomse Kurie wordt Luther er toe gedwongen, zijn geloofsinzichten tot een zelfstandige theologie te ontwikkelen. Zo werkt hij in de jaren 1520/21 aan de drie grote reformatorische geschriften "Aan de Christelijke Adel van de Duitse Natie", "Over de Babylonische Ballingschap van de Kerk" en "Over de Vrijheid van een Christenmens" en verwijdert hij zich nu innerlijk definitief van Rome.

    Daarom wordt in 1520 het ketterproces tegen hem weer ter hand genomen. Dit loopt op 15 juni 1520 uit op de bul waarin hij met de ban bedreigd wordt, waarin van Luther defintief geëist wordt zijn leer te herroepen.

    Verbranding van de banbedreigingsbul en de banvloek

    Luther reageert demonstratief: op de 10 december 1520 verbrandt hij de bul ("Exurge Domine") tegelijk met het kerkelijk wetboek en de boeken van zijn tegenstanders op de plaats, waar zich tegenwoordig de Luthereik bevindt, waarbij hij geroepen moet hebben "Omdat jij goddeloos boek de gelovigen van de Heer verdriet aangedaan hebt, daarom doe jou verdriet en vertere jou het eeuwige vuur". Dit gedrag bezegelt zijn definitieve en onherroepelijke breuk met Rome. De paus spreekt daarop op 3 januari 1521 de banvloek over Luther uit.

    De keizer echter ziet zich gedwongen om Luther te verhoren door de Luther welgezinde stemming in het land. Ook de invloed van enige vorsten, die de invloed van de paus op de rijkspolitiek hopen te verzwakken, versterkt deze noodzaak voor de keizer. Daarom wordt de opstandeling op de Rijksdag naar Worms ontboden en wordt hem een vrijgeleide toegezegd.

    naar begin

    Legenden rond Luther: Luther en bomen

    Luthereiken, Lutherlinden, Lutherbeuken en een appelboompje

    Bomen zijn ten allen tijde en in alle godsdiensten mytologisch geduid en verklaard - we behoeven slechts aan de "Boom der kennis des goeds en des kwaads" te herinneren. Ook in de nieuwere tijd werden vele gebeurtenissen, die met bomen of hun vruchten te maken hebben, tot verhalen - zo de onder de appelboom zittende Newton.

    Zo houden ook veel "boomverhalen"zich met Maarten Luther bezig, die zich in zijn vrije tijd graag in de tuin ophield en veel plezier beleefde aan bomen en bloemen.

    Overal worden en werden Luthereiken, Lutherbeuken of Lutherlinden getoond, die met meer of minder vastgelegde verhalen verbonden zijn.

    Een van de bekendste is de Luthereik in Wittenberg, waarover ook meerdere verhalen in omloop zijn.

    1. De plaats, waar zich tegenwoordig in Wittenberg de Luthereik bevindt, geeft de plek aan, waar Luther op de 10e december van het jaar 1520 het kerkelijke wetboek, de pauselijke bul waarin hij met de ban bedreigd werd en boeken van zijn tegenstanders verbrandde.
    2. De legende vermeldt het volgende: Een Witteberger student - een vurige aanhanger van Luther - hield van een meisje, waarvan de grootmoeder nog steeds aan de oude kerk vasthield. Op de dag van de verbranding zou de vrouw met haar kleinkind uit nieuwsgierigheid naar de betreffende plaats gewandeld zijn. Daar kwamen juist de studenten bij elkaar, die vol geestdrift van Luthers daden vertelden. De grootmoeder ontstak daarover in woede, ramde haar wandelstok in de grond en voegde de student toe, dat hij nooit haar kleinkind zou krijgen voordat deze stok bladeren zou krijgen. De student plantte nu precies op deze plek een jonge eik. In het volgende voorjaar vertelde hij de grootmoeder van het "wonder" ...
    3. De oorspronkelijke Luthereik in Wittenberg - door wie of wanneer deze ook geplant is - velde men tijdens de Napoleontische oorlog, om van het brandstofgebrek af te komen. De huidige Luthereik werd in 1830 geplant en werd in 1904 door een onbekende ingezaagd. Heden lijdt de eik het meest onder de luchtvervuiling, maar ook onder de late gevolgen van deze "aanslag".

    Luther en het appelboomje

    Nog meer verhalen spelen zich rond Luther en bomen af. Een van de bekendste geven we nog door: De beroemde uitspraak: "Als ik wist, dat morgen de wereld ten onder ging, zou ik vandaag een appelboompje planten!" wordt Luther in de mond gelegd.
    Het mag echter te denken geven, dat de eerste schriftelijke vermelding van deze uitspraak eerst in 1944 wordt aangetroffen...

    naar begin

    Luther op de rijksdag te Worms (1521)

    De voorgeschiedenis

    Luther, die als het ware al door de kerkelijke ban tot ketter verklaard is, wordt door de keizer onder druk van enige vorsten, die probeerden Luther voor hun doeleinden te gebruiken, naar Worms uitgenodigd. Daar moet Luther zoals de kerk en ook de keizer het willen zijn leer herroepen. De vorsten, die Luther steunen, hopen door de op handen zijnde gebeurtenissen, de politieke macht van Rome in Duitsland te verminderen.

    Ook eist de machtige keurvorst Frederik de Wijze van Saksen, landsvorst van Luther, dat Luther niet zonder verhoor in de ban gedaan en gearresteerd wordt.

    De reis naar Worms

    Luther begeeft zich op 2 april 1521 naar Worms. Echter reeds de heenreis naar de rijksdag wordt niet de boetegang, waar de kerk op hoopte. De reis naar Worms lijkt eerder een triomftocht, in alle plaatsen wordt Luther met grote geestdrift ontvangen.
    Hij preekt in Erfurt, Gotha en Eisenach. En ook in Worms, waar hij op 16 april 1521 aankomt, wordt hij door het volk met gejuich ontvangen.

    Luthers optreden op de rijksdag te Worms

    Het optreden van Luther op de rijksdag wordt als zakelijk, verstandig en bezonnen beschreven. Hij moet tweemaal voor de keizer verschijnen, iedere keer wordt hem duidelijk voorgelegd, om zijn leer terug te nemen, maar Luther ziet geen bewijs tegen zijn stellingen en opvattingen, die hem bewegen kunnen, om zijn stellingen te herroepen: "Wanneer ik niet door getuigenissen uit de Schrift en heldere bewijzen overtuigd wordt; want noch tegen de paus, noch tegen de Concilies alleen geloof ik, omdat het vast staat, dat zij meermalen gedwaald en zich zelf tegengesproken hebben, daarom ben ik door de plaatsen van de Heilige Schrift, in mijn geweten overwonnen en gevangen in het Woord van God. Daarom kan en wil ik niets herroepen, omdat tegen het geweten in iets te doen nog veilig noch heilzaam is. God helpe mij, amen!"

    De beroemde woorden "Hier sta ik en ik kan niet anders!" stammen niet van Luther. Het werd er waarschijnlijk bij verteld om de geschiedenis boeiender te maken en haar als groot "voorpaginanieuws" voor te stellen.

    Ik ben er door!

    Nadat hij de zaal waar de onderhandelingen plaatsvonden verlaten had, roept hij opgelucht "Ik ben er door." En hij is er ook door: Luther wordt in vrijheid gesteld en niet gearresteerd, omdat hem in de brief waarin hem bescherming was beloofd voor 21 dagen een vrijgeleide was verzekerd. Hij begeeft zich op 25 april 1521 op de terugreis.

    Wanneer hij en de vorsten die hem steunden Worms verlaten hebben, spreekt de keizer over Luther de rijksban uit (Het Edict van Worms): hij is nu vogelvrij.
    Op de terugreis laat keurvorst Frederik de Wijze Luther op 4 mei 1521 "ontvoeren" (Luther heeft dat van tevoren geweten). Dit gebeurt aan de ene kant om Luthers veiligheid te garanderen, aan de andere kant om hem voor korte tijd uit beeld te laten verdwijnen - zelfs het gerucht van Luthers dood is in omloop. Ook dient deze aktie er voor de keurvorst vooral toe, zich zelf niet in gevaar te brengen, omdat de vorst zelfs iemand die in de ban gedaan was en een ketter was bescherming verleende.

    Luther wordt op de afgelegen Wartburg gebracht en de beweging van de Reformatie heeft tijd om voet aan de grond te krijgen.

    naar begin

    Luther op de Wartburg (1521/22)

    Luther als Jonker Jörg op de Wartburg

    De machtige keurvorst Frederik de Wijze hoopt Luther door de "ontvoering" voor korte tijd uit de schijnwerpers te halen en de voortdurende aanvallen op de beweging van de Reformatie wat af te laten nemen.
    Luther leeft nu incognito op de Wartburg: hij noemt zich Jonker Jörg en "verzorgt zijn hoofdhaar en baard".
    Maar Luther lijdt onder de verbanning: "in het rijk van de vogels", zoals hij het zegt, heeft hij aan verschillende lichamelijke kwalen te lijden, Ook de vele deels door hem zelf, deels door anderen vertelde gevechten met de satan, zoals de spreekwoordelijke gooi met de inktpot, zouden het hem in deze tijd erg moeilijk gemaakt hebben...

    De vertaling van het Nieuwe Testament

    Zo wijdt Luther zich aan een nieuwe opgave: hij vertaalt in slechts elf weken het Nieuwe Testament uit het Grieks in de Duitse taal. Het werk, dat later nog door Melanchthon en andere deskundigen bewerkt werd, verschijnt in het jaar 1522 in gedrukte vorm. Deze zogenaamde "Septemberbijbel" vindt in de evangelische gebieden een enorme afzet en wordt daar tot een volksboek, waarmee het een wezenlijke bijdrage voor de ontwikkeling van de Duitse geschreven taal vormt.

    Later volgen eerst delen van het Oude Testament en in 1534 verschijnt de gehele uitgave van de Bijbel in de Duitse taal, die eveneens op grote schaal verspreid wordt.

    De reformatorische gedachten werden nu in Wittenberg, dat het centrum van de Reformatie geworden is, ook in de praktijk omgezet. Demonstratief trouwden in 1521 drie priesters, ook de kerkdienst werd aangepast. Luther ziet deze veranderingen uit de verte welwillend aan, hij onderhoudt een nauwe schriftelijke correspondentie met zijn medestrijders in Wittenberg.

    In het bijzonder is nog te noemen het werk van Philippus Melanchthon, die in het jaar 1521 met zijn werk "Loci communes" de eerste formulering van de Lutherse leer tot stand brengt en daarmee het werk van de Reformatie ook theologisch gezien nauwkeurig vastlegt.

    Luther echter keert, wanneer in 1522 de radicale krachten van de Reformatie (zoals de "Beeldenstormers" onder Andreas Bodenstein, generaal Karlstadt) de overhand schijnen te krijgen, naar Wittenberg terug.

    naar begin

    Legenden rond Luther:

    De worp met de inktpot

    Sedert zijn jeugd werd Luther door duivels, boze geesten en demonen geplaagd...
    Hij maakt ook later dikwijls van zulke gebeurtenissen melding, vooral in de eenzaamheid van de Wartburg namen de angsten voor dergelijke aanvallen sterk toe. Luther schreef hen toe aan zijn depressies en wisselende stemmingen.

    De grond voor de voortdurende angst voor de satan kan in de laatmiddeleeuwse religiousiteit in het ouderlijk huis en tijdens zijn opleiding gezocht worden.

    Luther verdedigde zich tegen de voortdurende aanvechtingen door gebed, "vrolijk zingen" of ook rigoureuzer: door het gooien met de inktpot: Luther moet zich, `s nachts door de duivel wakker gemaakt, met een uitgekiende worp met het inktpotje tegen de satan verdedigd hebben.

    Luther zelf deelt ons mee, dat hij ook op de Wartburg door de duivel lastig gevallen is. Zijn uitspraak echter, dat hij "de duivel met inkt verjaagd heeft", wordt tegenwoordig eerder op Luthers Bijbelvertaling betrokken, als op de nachtelijke gevechten op de Wartburg.

    De inktvlek, die in de laatste eeuw noch in de Lutherkamer op de Wartburg te zien was, kan als bewijsmateriaal niet meer gelden - er zijn niet weinig berichten, volgens welke de vlek in de laatste eeuwen vaak opgeknapt, nieuw aangebracht en bijgekleurd zou zijn...

    naar begin

    Johannes Gutenberg en de boekdrukkunst

    Luthers 95 stellingen en zijn geschriften verbreidden zich heel snel over Duitsland. Voor de eerste keer werd voor de verspreiding van reformatorische of revolutionaire gedachten, die de gehele samenleving raakten, de boekdrukkunst gebruikt.
    Daarvoor vond de boekdruktechniek alleen toepassing voor universitaire doeleinden, bijvoorbeeld voor het drukken van geschriften en stellingen voor disputen. Als zodanig waren ook de 95 stellingen van Luther in feite geschreven.

    De nieuwe manier van boeken drukken werd al omstreeks 1450 door Johannes Gensfleisch de Jonge, ook wel Gutenberg genoemd, ontwikkeld. Gutenberg vond echter niet, zoals vaak ten onrechte aangenomen wordt, de boekdruktechniek zelf uit, maar hij ontwikkelde een nieuwe manier van drukken.

    Met de nieuwe wijze van drukken was het mogelijk door middel van veel aparte metalen letters (kleine aparte metalen lettertjes, die in regels aan elkaar gezet konden worden) snel en tegen een betaalbare prijs geschriften te drukken.

    De kleine drukletters, die spoedig daarna in serie gegoten werden, konden steeds weer opnieuw voor een zetsel gebruikt worden.

    Volksvroomheid en Eindtijdsgevoel

    Bepaald door de omwentelingen en veranderingen, die werden losgemaakt door de uitvindingen en ontdekkingen, is de tijd waarin Luther leefde getekend door onrust en angst voor het leven bij het eenvoudige volk. Deze tijd vormt de overgangstijd van de Middeleeuwen naar de Nieuwe Tijd. Zo krijgen broederschappen en door het land trekkende boetepredikers, die het einde van de wereld verkondigen, een geweldige toeloop onder het volk (b.v. Dominee Michael Stifel). Ook een versterkte relekwieëncultus en een toenemend aantal bedevaarten zijn kenmerkend voor deze tijd. Ondertussen staat de maatschappij voor grote problemen. De sterke bevolkingstoename in de 15e eeuw, als ook de 'vlucht' van veel mensen van het platteland naar de steden zorgt voor een schaarste aan voedingsmiddelen en arbeidsplaatsen. Dreigingen door oorlogen en zich herhalende pestepidemieën zorgen voor nog meer angst en onrust. Luther wordt in een tijd geboren, die door diep ingrijpende veranderingen en grote spanningen gekenmerkt wordt.
    Het Copernicaanse wereldbeeld
    Het oude wereldbeeld rond 1450
    (geocentrisch wereldbeeld)
    1. de aarde is een schijf
    2. raderen drijven de zon, sterren en maan aan
    3. de aarde is het middelpunt van alle sterren
    4. de aarde is door een klok omgeven
    Het wereldbeeld van Copernicus
    (heliocentrisch wereldbeeld)
    1. de aarde is een bol
    2. de aarde is niet door een klok omgeven en ook niet het middelpunt van het heelal
    3. de zon is een vaste ster en het leven gevend middelpunt
    4. sterren, maan en planeten draaien in verschillende banen rond de zon.

    naar begin

    Luthers terugkeer naar Wittenberg (1522-25)

    Luther keert naar Wittenberg terug en neemt het "stuur van de Reformatie" over Na de eerste "beeldenstorm" in Wittenberg keert Luther uit de verbanning terug. Hij schroeft zelfs enige vernieuwingen terug, omdat hij het gevaar ziet, dat de mensen tot het nieuwe geloof gedwongen worden. Dit wil hij echter verhinderen.

    Luther komt op 6 maart 1522 naar Wittenberg en brengt met zijn "vastenpreken" de beweging van de Reformatie, die hij in het radicale zag afglijden, weer terug op zijn gematigde lijn. Weliswaar is de terugkeer van de gebannene gevaarlijk, maar de hervormers bereiken met het oog op Luthers veiligheid gedeeltelijk verdere successen: de 2e Neurenberger Rijksdag verklaart dat de ban tegen Luther niet ten uitvoer gebracht kan worden. Weliswaar wordt in 1524 op de 3e Neurenberger Rijksdag deze ban vernieuwd, maar de Reformatie had zich op dat moment al zo gevestigd, dat een arrestatie van Luther nu heel erg onwaarschijnlijk is. In de volgende jaren begint Luther door geschriften en preken zijn leer in de praktijk om te zetten. In het geschrift "Over de wereldlijke regering, hoe men deze gehoorzaamheid verschuldigd is" formuleert Luther de uitgangspunten van zijn politieke ethiek, in dit werk komt opnieuw de gematigde instelling van Luther aan de dag.

    In de jaren 1522 tot 1524 moet vooral de activiteit van Luther met betrekking tot preken genoemd worden. Hij reist om te preken heel Middenduitsland door, zoals in de herfst van 1522 zelfs in Erfurt en Weimar. Hij acht het een heel belangrijke opgave om de mensen het Evangelie te verkondigen en uit te leggen. Ook voert Luther met het geschrift "Over de orde van dienst in de gemeente" en "Formula missae" (Vorm van de mis) de reeds eerder voorgenomen hervorming van de kerkdienst in.

    De nieuwe sociale orde wordt met de invoering van de "algemene kas" bereikt. De gemeentelijke sociale en onderwijsverplichtingen worden door het in beslag nemen van het vermogen van de oude kerk gefinancierd.
    De nieuwe regeling van het schoolwezen is een van de meest dringende opgaven van Luther. Omdat voor zijn terugkeer heel wat professoren en scholieren met hun uitleg van Luthers leer het onderwijs volledig hadden lam gelegd. De reformator heeft echter goed opgeleide predikanten, leraars en ambtenaren dringend nodig. In het geschrift "Aan de raadsheren van de steden van het Duitse land, dat ze Christelijke scholen zullen oprichten en in stand zullen houden" verplicht hij de overheid goed onderwijs voor de jeugd te garanderen.

    Luther en de Boerenoorlog

    Nu ontstaat een nieuwe tegenpartij van de Reformatie. Deze keer zijn het de radicale krachten uit de eigen gelederen, die door Luther Schwarmer en Rottengeister genoemd worden. Thomas Münzer, priester en voormalige aanhanger van Luther, wordt in 1525 de leider van de boerenbeweging in Middenduitsland, die reeds in het jaar 1524 in het Zuidwesten ontstaan was. Deze krachten, die zich op Luther beriepen, eisen betere (economische) verhoudingen, ook door het omverwerpen van de overheden. In zijn preken, die hij ook in het gebied van de opstand zelf hield, keert Luther zich tegen iedere vorm van geweld. Hij oogst hiermee echter van de kant van de boeren, die op zijn steun gehoopt hadden, alleen maar afwijzing. Luther roept van zijn kant de mensen er toe op, zich van de geestelijke willekeur van de overheid te bevrijden, maar niet van de economische en politieke. Zo onstaat het felle geschrift "Tegen de moord en roofzuchtige benden van de boeren", dat tot nu toe een van de meest omstreden geschriften van de Reformator is. De boeren lijden echter op 15 mei 1525 in de slag bij Frankenhausen een vernietigende nederlaag.

    naar begin

    Luthers huwelijk met Katharina van Bora (1525)

    Op 13 juni 1525 trouwt Luther met de in 1523 uit het klooster Nimbschen bij Grimma gevluchte non Katharina van Bora, die sedert dien haar toevlucht in Wittenberg gevonden had. Het huwelijk met de zestien jaar jongere Katharina wordt tegen het advies van vele vrienden gesloten, die daarin reeds de ondergang van de Reformatie zagen. Zo spreekt bijvoorbeeld Philippus Melanchthon over een "ongelukkige daad". Luthers vriend weet in het begin niets van Luthers voornemen en wordt ook voor de bruiloft niet uitgenodigd. Katharina geeft voortaan leiding aan het huishouden, vooral de huishoudkas, waarmee doctor Luther, zoals verteld wordt, volstrekt niet kon omgaan. Ze laat echter zien dat ze een goede huisvrouw en tuinierster is. In het gezin van Luther leven niet alleen zijn vrouw en later zes kinderen, maar ook een familielid van Katharina en sedert 1529 zes kinderen van Luthers zuster. Bovendien heeft Luther studenten in zijn woning, om de huishoudkas beter van geld te voorzien. Kenmerkend voor het familieleven van de Luthers zijn ook de vele opgetekende tafelgesprekken van de Reformator, waarin de taal en de verbondenheid met het volk van Luther duidelijk wordt.

    naar begin

    Luthers rol bij de godsdienstgesprekken

    Luthers gematigde lijn, zijn houding tegenover de opstandige boeren en zijn compromissen met de landsvorsten werden hem niet zelden van veel kanten verweten. Aan de andere kant stond Luther ook steeds onder druk om de Reformatie op het politieke en theologische vlak te verdedigen tegenover Rooms-katholieke zijde. Dit zich bewegen over het scherp van de snede wilden vele van zijn voormalige aanhangers niet meedragen.

    Reeds van 1524-26 maakt een strijd van Luther met de beroemde Nederlandse Humanist Erasmus van Rotterdam het de beweging van de Reformatie moeilijk en leidt deze tot een scheiding met de Humanisten, die tot dan toe de gedachten van Luther begroet hadden. Meningsverschillen tussen Luther en Karlstadt en tussen Luther en de Zwitserse Hervormer Zwingli over de betekenis van het Avondmaal leidden in het jaar 1529 tot het Godsdienstgesprek van Marburg, waarbij echter slechts een gedeeltelijke overeenstemming bereikt werd. Luther en Melanchthon keerden zich in scherpe bewoordingen tegen de Doperse beweging; toen echter het Doperse Rijk van Munster 1534/35 overwonnen werd, veroordeelden ze ook de behandeling van de overwonnenen. In 1537 komt het tot een strijd met Luthers medestrijder Johannus Agricola, deze verlaat daarop in 1540 Wittenberg.

    naar begin

    Luthers laatste levensjaren (1540-46)

    "Ik ben zwak, ik kan niet meer."
    In de laatste levensjaren heeft Luther met verschillende lichamelijke kwalen te kampen. Bovendien treft hem het sterven van zijn dochter Magdalena in 1542 zwaar. Luthers verhouding tot anders gelovenden, vooral tegenover de Joden, verslechtert in deze jaren zeer. Heeft hij in 1523 nog met het geschrift "Dat Jezus een geboren Jood is!" een verzoenende houding getoond, de ouder wordende Reformator veroordeelt nu allen, die zich niet laten bekeren. Vanuit deze stemming zou ook in 1543 het sterk antijoodse geschrift "Over de Joden en hun leugens" ontstaan kunnen zijn.

    De strijd tegen de vijanden van de Reformatie voert Luther ook in de laatste jaren aan. Met het geschrift "Tegen het door de duivel gestichte pausdom van Rome!" deelt hij zijn laatste slag tegen de Rooms Kerk uit. Luther zet zijn preekactiviteiten echter ondanks allerlei teleurstellingen en zijn vele lijden voort. Zijn docentschap aan de Wittenbergse Universiteit zet hij eveneens tot aan het einde van zijn leven voort, het laatste college eindigt echter met de woorden: "Ik ben zwak, ik kan niet meer."

    naar begin

    Luthers sterven (1546)

    De door ziekten getekende Luther vertrekt op de 17e januari 1546 voor de laatste reis van zijn leven naar zijn geboortestad Eisleben, om daar verschillen van mening binnen de familie van de Mansfelder graven te beslechten. De onderhandelingen eindigen succesvol. Luther heeft echter niet meer de kracht om naar Wittenberg terug te keren. Hij sterft op de 18e februari 1546 te Eisleben. Op het sterfbed bidt hij: "In Uw handen beveel ik mijn geest. Gij hebt mij verlost, Heere, Gij trouwe God."

    Nadat de kist met zijn stoffelijk overschot twee dagen in Eisleben opgebaard heeft gestaan, wordt hij via Halle en Bitterfeld naar Wittenberg overgebracht. Op de 22e februari wordt Luther in de Slotkapel te Wittenberg bijgezet, de toespraak bij het graf houdt Johannes Bugenhagen.

    naar begin

    Het Lutherlied

    "Een vaste burcht is onze God"

    1. Een vaste burcht is onze God,
    een toevlucht voor de Zijnen!
    Al drukt het leed, al dreigt het lot,
    Hij doet zijn hulp verschijnen!
    De vijand rukt vast aan
    met opgestoken vaan;
    hij draagt zijn rusting nog
    van gruwel en bedrog,
    maar zal als kaf verdwijnen!
    2. Geen aardse macht begeren wij,
    die gaat welras verloren.
    Ons staat de sterke Held ter zij,
    dien God ons heeft verkoren.
    Vraagt gij zijn naam? Zo weet,
    dat Hij de Christus heet,
    Gods eengeboren Zoon,
    verwinnaar van de troon:
    de zeeg' is ons beschoren!
    3. En grimd' ook d'open hel ons aan
    met al haar duizendtallen,
    toch zal geen vrees ons nederslaan,
    toch doen wij `t krijgslied schallen.
    Hoe ook de satan woedt,
    wij staan hem voet voor voet,
    wij tarten zijn geweld;
    zijn vonnis is geveld:
    één woord reeds doet hem vallen!
    4. Gods Woord houdt stand in eeuwigheid
    en zal geen duimbreed wijken.
    Beef, satan! Hij, die ons geleidt,
    zal u de vaan doen strijken!
    Delf vrouw en kind'ren `t graf,
    neem goed en bloed ons af,
    het brengt u geen gewin:
    wij gaan ten hemel in
    en erven koninkrijken!

    Dit lied is door Maarten Luther gemaakt met de Bijbeltekst van Psalm 46 in gedachte:
    46 Voor den koorleider. Van de Korachieten. Op de wijze van: De jonkvrouwen. Een lied.
    2 God is ons een toevlucht en sterkte, ten zeerste bevonden een hulp in benauwdheden.
    3 Daarom zullen wij niet vrezen. al verplaatste zich de aarde, al wankelden de bergen in het hart van de zee.
    4 Laat bruisen, laat schuimen haar wateren, laat de bergen beven door haar onstuimigheid. sela
    5 Een rivier - haar stromen verheugen de stad Gods, de heiligste onder de woningen des Allerhoogsten.
    6 God is in haar midden, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen bij het aanbreken van de morgen.
    7 Volkeren woedden, koninkrijken wankelden, Hij verhief zijn stem, de aarde versmolt.
    8 De Here der heerscharen is met ons, een burcht is ons de God van Jakob. sela
    9 Komt, aanschouwt de werken des Heren, die verwoesting op aarde aanricht,
    10 die oorlogen doet ophouden tot het einde der aarde, den boog verbreekt, de lans stukslaat, de strijdwagens met vuur verbrandt.
    11 Laat af en weet, dat Ik God ben; Ik ben verheven onder de volken, verheven op de aarde.
    12 De Here der heerscharen is met ons, een burcht is ons de God van Jakob. sela

    naar begin

    Belangrijke personen rond Luther

    Mevrouw Luther, Katharina von Bora.

    Over haar afkomst en jeugd is slechts weinig bekend. Naar alle waarschijnlijkheid komt zij uit een adellijk geslacht van de ridderlijke stand te Meissen; - ten zuidoosten van Leipzig - zij werd geboren op 29 januari 1499. Haar ouders moeten dan Katharina von Haupitz en Hans von Bora heten, gehuwd in 1482. Uit erfeniskwesties en brieven is te herleiden, dat Katharina drie broers heeft, misschien ook een zusje Maria. Käthe is na de dood van haar moeder (eind 1504 - begin 1505) naar de kloosterschool van de Benedictinessen in Brehna gebracht (noordoost van Leipzig). Dit soort scholen staan bekend om onderwijs aan adellijke dochters. Eind 1508 - begin 1509 gaat Käthe naar Nimbschen. Zij hoort bij de meisjes, die vroeg het klooster ingaan, zodat ze géén bruidsschat kosten. Bovendien heeft Käthe in Nimbschen twee familieleden: Magdalena von Bora, - een zus van haar vader - die hoofd is van de ziekenafdeling; èn de abdis, die familie is van moeders kant. Haar opleiding aldaar is zeer uitvoerig: een cursus met drie vakken zoals grammatica, rethorica en dialectica; een cursus van vier vakken zoals geometrie, aritmetica, astronomie en muziek; verplichte vakken waren Latijn vanwege het koorgebed en de lezingen; en tenslotte kuisheid en zedelijkheid (parels voor de maagdelijkheid!). Käthe doet na een jaar zwijgen, - zij is dan al 11 jaar in het klooster - als 16-jarige haar intrede en krijgt haar wijding als moniale (8 oktober 1515). De abt van het moederklooster moet steeds herhalen, dat er strenger moet worden opgetreden: nog meer zwijgen, niet meer naar buiten treden (verboden terrein!). Nimbschen, - ook wel Marienthron of Gottesthron genoemd - is tegenwoordig een ruïne; ooit was het een beroemd bedevaartsklooster.

    Na 18 jaar kloosterleven verlaat Käthe Nimbschen, 's nachts in het geheim samen met acht anderen. Ook hier is het gedachtengoed van Martin Luther doorgedrongen. Voor deze acht is de zaak duidelijk! De Torgause burger Leonhard Koppe haalt hen in de paasnacht van 5 april 1523 op. Met behulp van twee jonge mannen helpt hij hen in haringtonnen. Via Torgau, waar ze twee dagen rusten, komen ze dan tenslotte met de hulp van Gabriel Zwilling op 9 april te Wittenberg aan: negen bevrijde nonnen! Er wordt een collecte gehouden voor andere kleding. Zes reizen door naar hun familie; twee vinden een baan op de meisjesschool; over Käthe' s familie wordt niets verteld. Naar alle waarschijnlijkheid is haar vader hertrouwd en kan zij er niet terecht! In het gezin van de familie Reichenbach wordt Käthe allereerst opgenomen, maar al snel komt zij in het gezin Cranach. In hun huis leert zij het reilen en zeilen van de grote familie en de apotheek. Wittenberg is vol studenten. Elk huis van een burger of geleerde zat er vol mee. Käthe maakt indruk op anderen, maar zij is als huwelijkskandidaat niet meer één van de jongsten. Toch wijst zij verschillende mannen af! Op 13 juni 1525 trouwen Martin en Katharina en nemen hun intrek in het 'zwarte' klooster: 'zwart' genoemd naar de zwarte pijen van de Augustijner monniken. Precies 14 dagen later is er voor familie, vrienden en anderen de huwelijksinzegening in de kerk en een bruiloftsmaal.

    Het echtpaar Luther krijgt zes kinderen: drie meisjes en drie jongens. Vanaf het begin gaat Katharina energiek aan de slag. Het interieur wordt gekalkt; de tuin wordt ingezaaid en beplant; de brouwerij komt in bedrijf. In 1527 zijn er verschillende dienstmaagden; het personeel in stallen en tuin wordt talrijker. Achter dit bezig zijn steekt de traditie van de kloosterorde, de organisatie van bezit, de opbrengsten van fruitbomen en veestapel. Käthe ziet erop toe, dat ze ook tuinen bijkoopt. Op korte afstand van de woning ligt de Saumarkt, waar een beek doorheen stroomt, die de keuken van vis voorziet. Het zwarte klooster wordt op naam gezet van de Luthers en hun nakomelingen. Het maakt dat Käthe materieel onafhankelijk wordt. Het harde kloosterleven, de dagindeling, het vroege opstaan is harde noodzaak voor Käthe. Ze geven haar levensritme aan, want behalve voor de eigen kinderen, voor Martin, zichzelf en haar tante Lena heeft zij de zorg en opvoeding voor tenminste elf neefjes en nichtjes op zich genomen. Daarnaast hebben talloze anderen, - armen en vluchtelingen - huisvesting, warmte en eten gekregen in de steeds wisselende kring van het Lutherhuis. Bij die stroom voorbijgangers is er een kring van jongens en mannen: zeker 6 studenten van 13 á 14 jaar (soms meer!), tafel- en studievrienden van Martin, geleerden en niet te vergeten het personeel, bestaande uit enkele vrouwen, de kokkin, koetsier, varkenshoeder, knechten en dagloners. Als je het klooster ziet, begrijp je dat zij er allemaal konden logeren, maar Käthe regeert met straffe hand. Want Luther's lijfspreuk was, dat God loont wat een mens voor een ander doet, zodat hij zijn schamel onderkomen en brood met iedereen deelde, die er gebruik van wilde maken! Käthe voert de regel in, dat deelnemen aan Luther's 'Bursa' (zeg maar een professorale verplichting: college voor jonge studenten aan de eettafel) betekent: betaling naar draagkracht. Voor de studenten was dat 30 gulden per jaar. Deze etentjes hebben bekendheid gekregen als de z.g. 'Tischreden', oftewel tafelgesprekken, die door velen werden opgetekend. De aantekeningen geven vaak persoonlijke indrukken door van de tafelgenoten, maar ook zeker van de vrouw des huizes: Käthe. Zij was geleerd en niet op haar mondje gevallen. Collega's van de Reformatie vonden haar te eigengereid; een vrouw moest immers nederig zijn!

    Vanuit de wereldvreemde beslotenheid van het Cisterciënsterklooster treedt Katharina naar buiten in een leven, waarin als het ware de hele wereld bij haar thuis is. De man met wie zij trouwt, heeft door zijn nieuwe visie op Jezus Christus de ogen van heel Europa op zich gericht. In die binnenste cirkel leeft Katharina 21 jaar naast haar echtgenoot. Niet als een verlengstuk van hem; nee, in dat brandpunt leeft een vrouw, die met haar eigen kwaliteiten van gelijk formaat is als de man, waarmee zij zich met heel haar wezen verbonden weet. De schijnwerpers van de wereld staan ook op haar gericht. Ook zij is een vrouw van formaat! Op de vroege ochtend van 19 februari 1546 ontstaat een interval in haar bedrijvig leven. Melanchton, Bugenhagen en Kreuziger komen op een vreemd vroeg uur, - als het buiten nog donker is - in Käthe's woning. Haar vrienden vertellen Käthe, dat doktor Luther de dag tevoren (donderdag 18 februari tussen 2 en 3 uur 's nachts) in Eisleben is overleden. Het bericht is in zekere zin onverwacht; toch mankeerde Luther steeds veel en voelde hij zich de laatste tijd zwak. Er moet een moment van radeloosheid geweest zijn, een overheersend gevoel dat alles afgelopen is. Dat is een veronderstelling na het bericht, dat Käthe de z.g. 'Bursa' ontbindt. Luther zal nooit meer het middelpunt van de gesprekken zijn aan haar tafel.

    Vijf lange dagen moet de weduwe wachten, totdat eindelijk zijn stoffelijk overschot in Wittenberg aankomt. Käthe moet haar man nu met de hele wereld delen; zijn lichaam is publiek bezit geworden. Een eindeloze rouwstoet trekt in de richting van de slotkapel, waar Luther's resten vlak voor de kansel worden bijgezet. Zij heeft geen contant geld meer omdat ze vaak geld moest lenen vanwege Luther's vrijgevigheid, maar gelukkig stuurt de keurvorst 100 gulden. De vorst maakt Luther's verzuim goed door het testament van Luther op 11 april 1546 te bekrachtigen. De wet komt hij na en de regeling van de voogden voor de kinderen, - die Luther vanwege Katharina persé niet wilde - neemt de vorst nu zelf ter hand. Het was voor die tijd een vreemd testament: Luther gaf alles (ook de opvoeding van de kinderen) aan Käthe! Van maart tot juni duurt het nalatenschap. Daarna volgt de aankoop van het landgoed Wachsdorf. In november moet zij, - net als vele andere stadsgenoten - meetrekken naar Magdeburg, waar de universiteit voor de duur van de oorlog van Smalkalden onderdak zoekt. In het voorjaar keren de vluchtelingen terug naar Wittenberg. De legers van de keurvorst en de hertog hebben geen beslissende slag geleverd. De schade toegebracht aan elkaars land is groot. Niet lang durft Käthe in haar stad te blijven. Op 24 april verslaan de troepen van de keizer die van de keurvorst en Johann Frederik wordt gevangen genomen. Weer vlucht Käthe, - samen met Walpurga Bugenhagen - en haar kinderen. Käthe is ontmoedigd. Ze heeft de verwoestingen rond Wittenberg gezien. Haar bezit, - voor zover het buiten de stad ligt - is verbrand en verwoest. Ze zal alles moeten opbouwen, daarom besluit ze een heenkomen te zoeken bij de haar welgezinde koning Christian III van Denemarken. Käthe trekt een tijd noordwaarts, maar het rondzwervend krijgsvolk dwingt hen terug te gaan naar Braunschweig. Eind mei komen er berichten, dat de vluchtelingen naar Wittenberg terug kunnen. De schade daar is beperkt. Haar bezit, het zwarte klooster en de inventaris is behouden gebleven. Maar het wordt geen vrolijke reis door wat er onderweg allemaal is te zien.

    Käthe heeft de vitaliteit steeds opnieuw aan het werk te gaan, te rekenen en te herbouwen. Ze gaat verstandig te werk, leent geld, maar neemt geen risico. Nieuwe tegenslagen volgen in de vorm van kwade en kwaadsprekende buren. Was het niet genoeg dat er vele oorlogsbeschadigingen waren; nu volgen er verschillende processen. Een landheer maakt aanspraak op haar bezit Zolsdorf. De processen duren van 1648 tot 1552. Langzamerhand vergeten mensen, die haar man naar de ogen hebben gekeken, het bestaan van zijn vrouw. Tussen alle onrust van oorlog en processen, verdriet en teleurstellingen zorgt zij verder voor haar kinderen. Haar laatste dagen kondigen zich onverwachts en tragisch aan. In de zomer van 1552 slaat de pest weer toe. De universiteitsstad loopt leeg. Begin juni biedt de stadsraad van Torgau de universiteit onderdak aan, waar de colleges op 17 juli worden voortgezet. Käthe blijft in Wittenberg tot in september ook in het zwarte klooster de eerste slachtoffers vallen. Met paard en wagen volgt zij met haar kinderen de weg, vanwaar ze 29 jaar geleden kwam aangereden. Op diezelfde weg steigeren de paarden, en terwijl Käthe springt om ze vast te houden, komt ze in het ijskoude water langs de weg terecht. Als Katharina tenslotte in Torgau aankomt, is zij een verlamde vrouw. Op 20 december 1552 is haar leven voorbij. Naast haar vertrouwen in Christus schildert Melanchton haar aan God overgegeven geduld op haar ziekbed. Katharina von Bora wordt begraven in de kerk, die in 1243 aan het Cisterciënsterklooster werd geschonken. Nog steeds rust haar gebeente daar onder de stenen vloer tussen doopvont en kansel. De kinderen hebben aan de muur haar grafsteen laten maken en haar levensgroot afgebeeld. Op de steen staat: "Anno 1552 den 20. Dezember ist in Gott selig entschlaffen alhier zu Torgau Herrn D. Martini Luthers seligen Hindergelassene wittbe Katharina". De nalatenschap van Käthe en Martin wordt op 5 april 1554 onder hun vier kinderen verdeeld. De oudste zoon Hans is na zijn studie verbonden aan de kanselarij in Weimar in dienst van de teruggekeerde vorst Johann Frederik. Martin studeert theologie en Paul wordt arts. Hij doceert later aan de universiteit van Jena. Magarete trouwt in 1554 met de jonge, rijke, oost-pruisische edelman Georg von Kunheim.

    naar begin

    Philippus Melanchton

    Philippus Melanchthon werd 16 Februari 1497 als zoon van Georg Schwarzerd, een wapensmid, in Bretten geboren. Hij was de oudste van vijf kinderen. De stad Bretten behoorde in die dagen tot het keurvorstendom van de Palts. Zijn naam Philippus kreeg hij ter ere van de landsheer, die dezelfde voornaam droeg. Zijn vader was vanwege zijn beroep "wapenmeester" van de keurvorst die in Heidelberg zetelde. Hij was trouwens ook uit deze nabijgelegen stad aan de Neckar afkomstig.
    Zijn moeder stamde uit een welgestelde familie van kooplieden. Zij droeg de naam Reuter.
    Haar vader heeft in de opvoeding van dit kleinkind een grote rol gespeeld en hij zorgde er voor dat Philippus al heel vroeg in de Latijnse taal geschoold werd.
    Vader en grootvader stierven toen Philippus nog maar elf jaar oud was. Hij was toen in feite al een volwassene!

    Op de middelbare school bleek hij een uitstekende leerling te zijn en daarom werd hij in de gelegenheid gesteld zich naast het Latijn ook te bekwamen in de Griekse taal.
    Zijn naam "Melanchthon" zou hij aan de welbekende humanist en taalgeleerde Johannes Reuchlin ontleend hebben. Volgens de overlevering zou deze een tegen hem gezegd hebben: "Je heet Schwarzert, je bent een Griek; daarom zul je ook een Griekse naam dragen: Ik noem je Melanchthon, wat betekent "zwarte aarde".

    Deze Reuchlin onderhield goede relaties met de hoogleraren van de universiteit van Heidelberg. En zo kwam het dat Melanchthon al toen hij twaalfeneenhalf(!) jaar oud was werd ingeschreven aan deze universiteit.

    Reeds 10 juni 1511, hij was dus nog maar veertien jaar oud, kon hij de studie daar afronden en verkreeg hij daar de graad van "Baccalaureus Artium", vergelijkbaar met onze titel "doctorandus".
    Op de leeftijd van zestien jaar promoveerde hij aan de universiteit van Tübingen aan de faculteit van de wijsbegeerte. Daarna werd hij zelf docent aan deze universiteit. Hij gaf er colleges in de rhetoriek en dialectiek. Ook de colleges in de geschiedenis werden al spoedig door hem verzorgd. En reeds in deze periode van zijn leven zien de eerste belangrijke door het humanisme gestempelde geschriften van de jonge geleerde het licht. In 1518 verschijnt van zijn hand een gramatica van de Griekse taal.

    In het jaar 1518 werd Philippus Melanchthon door keurvorst Frederik de Wijze (1463-1525) benoemd aan de door hem in 1502 opgerichte universiteit van Wittenberg. Hij werd er hoogleraar voor de Griekse taal.
    Opnieuw is het de humanist en taalgeleerde Reuchlin die de hand in deze benoeming heeft. Hij was het die de naam van de nog maar 21 jarige, maar briljante geleerde genoemd had. Op 28 augustus houdt Melanchthon in Wittenberg als hoogleraar zijn inaugurele rede getiteld: "Over de vernieuwing van het onderwijs aan de jeugd".
    Zoals ook andere mannen van naam uit de dagen van de Reformatie blijkt ook hij ook te hebben voor het grote belang van het onderwijs en schroomt hij niet hier vernieuwingen in aan te bevelen. Naast taalgeleerde en humanist is Melanchthon vooral ook docent.
    Onder leiding van Maarten Luther bekwaamt hij zich in Wittenberg bovendien nog eens in de theologische wetenschap en reeds in 1519 is hij "baccalaureus biblicus".
    Luther zelf begaf zich als student onder het onderricht van de veertien jaar jongere Melanchthon in de Griekse taal hetgeen van groot belang zou worden voor de vertaling van het Nieuwe Testament in de Duitse taal.
    Vanaf het jaar 1519 hij Philippus zich ook bezig met de reformatorische theologie. Reeds in het gesprek met Johannes Eck te Leipzich staat hij Luther in het theologisch debat ter zijde.
    Luther heeft van hem gezegd:
    "Deze kleine Griek overtreft mij ook in de theologie!"
    Aan deze uitspraak van Luther heeft hij zijn bijnaam "De kleine Griek" overgehouden.

    In 1530 neemt Melanchthon ook deel aan de gesprekken tijdens de Rijksdag te Augsburg. Hij heeft er de hand in het tot stand komen van de Augsburgse Confessie. Dagelijks wordt in die periode overleg gevoerd met Luther, die om veiligheidsredenen is achtergebleven te Coburg.

    Tijdens Luthers verblijf op de Wartburg is het Melanchthon, die voorlopig Luthers colleges over Bijbelse geschriften overneemt. Malanchthon gaf colleges over de ethische en politieke geschriften van Aristoteles en Cicero. Publikaties naar aanleiding van deze colleges zagen in de jaren 1529 en 1532 het licht. Hij toont hiermee aan te staan in de humanistische traditie. Vanaf het jaar 1538 publiceert hij over zijn eigen systeem van de ethiek. In 1540 verschijnt zijn "leer van de mens", "De anima". Hierin sprak hij zich uit voor de nieuwe Copernicaanse wereldbeschouwing. Naast deze wetenschappelijk geschriften publiceerde hij ook in 1527 een commentaar op de brief aan de Kolossenzen, als ook vanaf 1529 tot en met 1556 een commentaar op de brief aan de Romeinen. Sins 1555 houdt hij ook lezingen over de wereldgeschiedenis. Het boek dat uit deze colleges ontstond publiceert hij onder de naam van Berlijnse hofastroloog Johann Carion. Op 19 april 1560 sterft hij, die nooit angst voor de dood kende, op ruim 63-jarige leeftijd. Op zijn graf in de Slotkerk te Wittenberg staat in het Latijn geschreven: "Hier rust het lichaam van de hooggeëerde Philip Melanchthon, die in het jaar 1560 op 19 april in deze stad is gestorven, nadat hij 63 jaren, 2 maanden en 2 dagen geleefd had.

    naar begin

    Lucas Cranach de Oudere

    Lucas Cranach de Oudere werd als zoon van een schilder rond 1472 in Kronach (Oberfranken) geboren. Van 1502 tot 1504 verbleef hij in Wenen en daarna werd hij hofschilder van de Saksische keurvorst Frederik de Wijze. Deze verleende hem in 1508 een wapen met een gevleugelde slang. In hetzelfde jaar reisde Cranach in opdracht van zijn keurvorst naar de Nederlanden. Ongeveer twee jaar later trouwde hij met Barbara Brengebier, een burgemeestersdochter uit Gotha. In de jaren daarna liet Cranach zijn grote huis in de Schloßstraße 1 grondig verbouwen. Lucas Cranach maakte van zijn werkplaats een zeer veelzijdig bedrijf. Zijn twee zoons Hans en Lucas (de Jongere) werden in 1513(?) en 1515 geboren. Beiden werden, net als hun vader, schilder. In de jaren 1517 en 1519 werden Cranachs dochters Ursula en Barbara geboren. In 1520 verkreeg Cranach het apotheekprivilege. Van zijn dochter Anna, die in datzelfde jaar werd geboren, was Maarten Luther peetoom. Vanaf 1523 had Cranach voor korte tijd een drukkerij, later ook nog een boekhandel. Bij het huwelijk van Maarten Luther met Katherina van Bora waren Cranach en zijn vrouw getuigen. Van Luthers eerste zoon Johannes werd Cranach peetoom. Cranach gold als een van de aanzienlijkste en rijkste burgers van Wittenberg. Hij was jarenlang lid van de Wittenbergse raad en bekleedde ook meerdere malen het ambt van burgemeester. De dood van zijn getalenteerde zoon Hans in Bologna (in 1537) trof Cranach diep. Drie jaar later stierf ook zijn vrouw Barbara. In 1547 vroeg Cranach bij keizer Karel V om gratie voor de gevangen keurvorst Johan Frederik. Hij volgde in 1552 de vrijgelaten keurvorst naar Weimar. Daar stierf Cranach in 1553 op de leeftijd van 81 jaar.

    naar begin

    Frederik de Wijze

    Frederik werd in 1463 geboren op Slot Hartenfels in Torgau als eerste zoon van keurvorst Ernst uit het huis van de Wettinger. In 1486 werd hij samen met zijn jongere broer Johan de opvolger van zijn vader. Hij was een vreedzaam man en hield in zijn regeringstijd zijn gebied buiten alle oorlogsverwikkelingen. Historische betekenis kreeg Frederik echter bovenal als bevorderaar van wetenschap en kunst. Zo maakte hij van Wittenberg een representatieve residentie door de nieuwbouw van Slot en Slotkerk de in 1502 gestichte Universiteit. In de tijd van Luther werd Wittenberg de uitvalsbasis en het geestelijk centrum van de Reformatie, die in de landsvorst een betrouwbare beschermheer vond, ook al opereerde deze slechts op de achtergrond. Frederik was nog wel sterk beïnvloed door de laatmiddeleeuwse vroomheid, maar toch had hij de noodzaak van hervorming van de toenmalige kerk ingezien. De bescherming van Maarten Luther voor de kerkelijke rechtspraak werd Frederiks historische verdienste. Daarbij bleek zijn diplomatieke vertragingstactiek, waardoor zijn tegenstanders nooit vat op Luther konden krijgen, zeer effectief te zijn. Zo beschermde Frederik de in zijn ogen ten onrechte beschuldigde Luther. Net als in andere gevallen vormde Frederik zich hier eerst een eigen oordeel. Dit kwam tot stand door middel van nauwkeurig onderzoek naar de stand van zaken door zijn adviseurs en het oordeel van geleerden, zoals (in de Lutherkwestie) Erasmus van Rotterdam. Frederik stierf in 1525 op zijn jachtslot in Lochau.

    naar begin