Tot 1672 is er geen orgel in de kerk. Om de
liederen in te zetten is er de voorzanger. Zo lezen we in de notulen
van 1670 dat de "voorleeser sal inzetten naar dat de lijder offte
psalmen lanck sijn, opdat de predicant precijs ten 9 ure kan op de
predigstoel koomen". Maar in 1672 wordt een orgel aangeschaft bij
"sekere Drijve te Haarlem voor een civiele prijs", dat kwam dus pas
ruim 50 jaar na de bouw van de kerk.
Het huidige orgel van onze kerk dateert van het jaar 1762. Vijf jaar
later al, in 1767, werd voor ongeveer 1.000 gulden aan dit orgel
gerepareerd. Maar al spoedig blijkt ook deze reparatie onvoldoende,
want in 1782 wordt tot algehele reparatie van het orgel overgegaan. In
dat jaar verzoekt de organist, de heer Kliebisch, zijn ontslag. En
omdat er dan toch een nieuwe organist komt wil men ook werkelijk een
goed orgel ter beschikking hebben.
Drie firma's worden in de gelegenheid gesteld mede te dingen voor de
orgelrestauratie: Mettery, orgelmaker te Leiden, Christoffel Batz te
Utrecht en Andries Wolfferts te Rotterdam. We lezen in de notulen:
"Geëxamineerd zijnde is bevonden, dat het bestek van de
orgelmaker Wolfferts te Rotterdam merkelijk minder is dan de voormelde
andere twee anderen, is met eenparigheid van stemmen besloten om de
orgelmaker Wolfferts te verzoeken om over te komen om naeder met Zijn
Ed. over het orgel te spreken en een bestek in orde te maken". En
verder horen wij: "Voor het maken van dit orgel, zal de orgelmaker
genieten van de Weleerw. Kerkeraad van deeze Gemeente Eene Somma van
Drie Duyzent Agt Hondert Guldens".
Op 18 april 1790 wordt het orgel dan plechtig tot zijn dienst ingewijd
door de nieuwe organist, de heer C. F. Ruppe. Een verslag hierover
vinden wij in de Leydsche Courant no. 49 An-no 1790 van Woensdag 21
april: "Nadat het Nieuw Orgel in de Lutherse Kerk binnen Leyden door
den kundigen Orgelmaaker A. Wolfferts, woonachtig te Rotterdam,
gemaakt, te nauwkeurigste geëxamineert en in alle deelen goed
en volkomen bevonden is door den daartoe aangestelden Examinator en
Organist van gemelde Kerk, C. F. Ruppe, is hetzelve op de 18 April zoo
wel des voor- als na de middag plechtig ingewijd geworden, ieder keer
niet alleen met een gepaste Leerrede, gehouden des morgens door den Wel
Eerw. Heer W. Reuter, uit Eph. V: 19 en des namiddags door den Wel
Eerw. Heer C. Retman uit Psalm XCVIII: 4, 5, 6, maar ook met een
luisterrijk Orgel-Concert, expres voor deze geleegenheid door den
beroemden Componist C. F. Ruppe gecomponeerd en onverbeterlijk
uitgevoerd, zijnde geaccompagneerd door een groot en sterk Orchest van
Vioolen, Alten, Bassen, Contra Bas, Clarinetten, Fluiten, Bassons,
Waldhoorn, Trompetten en Pauken, voor en na de Predikatie zijn de
gepaste gezangen insgelijks door het Orgel en het Orchest beurtelings
geaccompagneerd geworden. Deze geheele plegtigheid wierd geen geringe
luister bijgezet door de tegenwoordigheid van Haar Edel Groot
Achtbaarheden, die van den Gerechte dezer Stadt, welke, en corps van 't
Stadhuis komende, aan de Kerk gerecipieerd wierden; de toevloed van
menschen, van allerlei rang en gezintheid, was onbeschrijflijk groot,
een ieder was even begeerig, om het uitmuntende Orgel, dat zijn Maker
kroont, en het ander Muzyk, daar ieder de grootste verwachting van had,
te hooren; alles ondertusschen heeft volkoomen aan de verwachting
beantwoord, en is in de grootste order afgeloopen."
Deze orgelinwijding had dus wel belangstelling, zelfs van de
burgerlijke overheid van onze stad. Behalve het in bovenstaand verslag
genoemde "luisterrijk Orgel-Concert" is in het archief bewaard gebleven
van dezelfde componist een Oktet en orgelpartij van Psalm 150 en Gezang
152, vervaardigd voor het 3e eeuwfeest der Reformatie, gevierd op 2
november 1817.
Na deze restauratie en uitbreiding kon het voor de eredienst zo
onmisbare instrument weer jaren mee. Voor het eerst lezen we weer iets
over "het orgel onzer Kerk, aan veele ongemakken laboreerende" in het
jaar 1834 (11 Juny).
Het orgel onderging grondige wijzigingen in 1865 door Wed. Lohman &
Schaaffeld en in 1932 door van Leeuwen. In 1930 wordt het orgel schoon-
gemaakt en hersteld, ook wordt dan er een electro-moter aangebracht om
de orgeltrapper te vervangen.
In 1965 wordt het orgel gerestaureerd door Jac. v.d. Linden, onder
advies van Adriaan Blankenstein.
Materiaal en mensuren zijn aangepast aan het bestaande pijpwerk,
waarvan behalve het originele pijpwerk van Wolfferts, ook het bruikbare
materiaal van Lohman gehandhaafd bleef.
Alle windladen zijn nog de oorspronkelijke van Wolfferts. Bij de
restauratie werden ook de frontpijpen ontdaan van hun ontsierende
metaalverflaag.
|