Philippus Melanchthon

Philippus Melanchthon (1532)

Philippus Melanchthon (1532)

Philippus Melanchthon werd 16 Februari 1497 als zoon van Georg Schwarzerd, een wapensmid, in Bretten geboren. Hij was de oudste van vijf kinderen. De stad Bretten behoorde in die dagen tot het keurvorstendom van de Palts. Zijn naam Philippus kreeg hij ter ere van de landsheer, die dezelfde voornaam droeg. Zijn vader was vanwege zijn beroep “wapenmeester” van de keurvorst die in Heidelberg zetelde. Hij was trouwens ook uit deze nabijgelegen stad aan de Neckar afkomstig.
Zijn moeder stamde uit een welgestelde familie van kooplieden. Zij droeg de naam Reuter.
Haar vader heeft in de opvoeding van dit kleinkind een grote rol gespeeld en hij zorgde er voor dat Philippus al heel vroeg in de Latijnse taal geschoold werd.
Vader en grootvader stierven toen Philippus nog maar elf jaar oud was. Hij was toen in feite al een volwassene!
Op de middelbare school bleek hij een uitstekende leerling te zijn en daarom werd hij in de gelegenheid gesteld zich naast het Latijn ook te bekwamen in de Griekse taal.
Zijn naam “Melanchthon” zou hij aan de welbekende humanist en taalgeleerde Johannes Reuchlin ontleend hebben. Volgens de overlevering zou deze een tegen hem gezegd hebben: “Je heet Schwarzert, je bent een Griek; daarom zul je ook een Griekse naam dragen: Ik noem je Melanchthon, wat betekent “zwarte aarde”.

Deze Reuchlin onderhield goede relaties met de hoogleraren van de universiteit van Heidelberg. En zo kwam het dat Melanchthon al toen hij twaalfeneenhalf(!) jaar oud was werd ingeschreven aan deze universiteit.

Reeds 10 juni 1511, hij was dus nog maar veertien jaar oud, kon hij de studie daar afronden en verkreeg hij daar de graad van “Baccalaureus Artium”, vergelijkbaar met onze titel “doctorandus”.
Op de leeftijd van zestien jaar promoveerde hij aan de universiteit van Tübingen aan de faculteit van de wijsbegeerte. Daarna werd hij zelf docent aan deze universiteit. Hij gaf er colleges in de rhetoriek en dialectiek. Ook de colleges in de geschiedenis werden al spoedig door hem verzorgd. En reeds in deze periode van zijn leven zien de eerste belangrijke door het humanisme gestempelde geschriften van de jonge geleerde het licht. In 1518 verschijnt van zijn hand een gramatica van de Griekse taal.

In het jaar 1518 werd Philippus Melanchthon door keurvorst Frederik de Wijze (1463-1525) benoemd aan de door hem in 1502 opgerichte universiteit van Wittenberg. Hij werd er hoogleraar voor de Griekse taal.
Opnieuw is het de humanist en taalgeleerde Reuchlin die de hand in deze benoeming heeft. Hij was het die de naam van de nog maar 21 jarige, maar briljante geleerde genoemd had. Op 28 augustus houdt Melanchthon in Wittenberg als hoogleraar zijn inaugurele rede getiteld: “Over de vernieuwing van het onderwijs aan de jeugd”.
Zoals ook andere mannen van naam uit de dagen van de Reformatie blijkt ook hij ook te hebben voor het grote belang van het onderwijs en schroomt hij niet hier vernieuwingen in aan te bevelen. Naast taalgeleerde en humanist is Melanchthon vooral ook docent.
Onder leiding van Maarten Luther bekwaamt hij zich in Wittenberg bovendien nog eens in de theologische wetenschap en reeds in 1519 is hij “baccalaureus biblicus”.
Luther zelf begaf zich als student onder het onderricht van de veertien jaar jongere Melanchthon in de Griekse taal hetgeen van groot belang zou worden voor de vertaling van het Nieuwe Testament in de Duitse taal.
Vanaf het jaar 1519 hij Philippus zich ook bezig met de reformatorische theologie. Reeds in het gesprek met Johannes Eck te Leipzich staat hij Luther in het theologisch debat ter zijde.
Luther heeft van hem gezegd: “Deze kleine Griek overtreft mij ook in de theologie!” Aan deze uitspraak van Luther heeft hij zijn bijnaam “De kleine Griek” overgehouden.

In 1530 neemt Melanchthon ook deel aan de gesprekken tijdens de Rijksdag te Augsburg. Hij heeft er de hand in het tot stand komen van de Augsburgse Confessie. Dagelijks wordt in die periode overleg gevoerd met Luther, die om veiligheidsredenen is achtergebleven te Coburg.

Tijdens Luthers verblijf op de Wartburg is het Melanchthon, die voorlopig Luthers colleges over Bijbelse geschriften overneemt. Malanchthon gaf colleges over de ethische en politieke geschriften van Aristoteles en Cicero. Publikaties naar aanleiding van deze colleges zagen in de jaren 1529 en 1532 het licht. Hij toont hiermee aan te staan in de humanistische traditie. Vanaf het jaar 1538 publiceert hij over zijn eigen systeem van de ethiek. In 1540 verschijnt zijn “leer van de mens”, “De anima”. Hierin sprak hij zich uit voor de nieuwe Copernicaanse wereldbeschouwing. Naast deze wetenschappelijk geschriften publiceerde hij ook in 1527 een commentaar op de brief aan de Kolossenzen, als ook vanaf 1529 tot en met 1556 een commentaar op de brief aan de Romeinen. Sins 1555 houdt hij ook lezingen over de wereldgeschiedenis. Het boek dat uit deze colleges ontstond publiceert hij onder de naam van Berlijnse hofastroloog Johann Carion. Op 19 april 1560 sterft hij, die nooit angst voor de dood kende, op ruim 63-jarige leeftijd. Op zijn graf in de Slotkerk te Wittenberg staat in het Latijn geschreven: “Hier rust het lichaam van de hooggeëerde Philip Melanchthon, die in het jaar 1560 op 19 april in deze stad is gestorven, nadat hij 63 jaren, 2 maanden en 2 dagen geleefd had.