Het “aanslaan van de stellingen” op de 31e oktober 1517

Reeds voor 31 oktober 1517 heeft Luther zich in preken tegen de aflaathandel uitgesproken. Maar op deze dag schrijft hij, nadat hij een geschrift met richtlijnen voor aflaathandelaars gelezen heeft, aan zijn kerkelijke meerderen. Hij hoopt daarmee deze misstand te kunnen opheffen. Aan de brief voegt hij 95 stellingen toe, die als uitgangspunt voor een dispuut over dit onderwerp moesten dienen.

luther-stellingen

Dat Luther op de betreffende dag zijn stellingen met luide hamerslagen op de deur van de Slotkapel te Wittenberg gespijkerd zou hebben, behoort waarschijnlijk tot het rijk der legenden. Dit is op veel afbeeldingen te zien en werd tot in onze eeuw als historisch feit erkend. Het is een beeld, dat – als geen ander – tot het symbool van de Reformatie geworden is.

Het sloeg als een bliksem in, toen in 1961 de katholieke Lutheronderzoeker Erwin Iserloh in het openbaar beweerde dat, het aanslaan van de stellingen tot het rijk der fabelen behoorde.
Toch zijn de aangevoerde feiten volstrekt duidelijk. Ten eerste stamt de eerste schriftelijke vermelding van deze gebeurtenis van Philippus Melanchthon, die echter geen ooggetuige geweest kan zijn, omdat hij pas in 1518 als hoogleraar aan de Wittenbergse universiteit werd aangesteld.
Tevens verschijnt deze vermelding pas na de dood van Luther; van hem zelfs is dus geen commentaar op het “Timmerwerk” uit het jaar 1517 overgeleverd.

Weliswaar zouden aan de deur van de Slotkerk regelmatig aankondigingen voor discussies zijn aangebracht, maar moet het aanbrengen in het openbaar van de stellingen zonder een reactie van de bisschoppen af te wachten, als een zuivere provocatie van de leiders beschouwd worden. Dit mogen we echter een Luther, die eigenlijk alleen misstanden wilde verbeteren, niet in de schoenen schuiven.

Ook is op te merken, dat in Wittenberg geen openbare discussie naar aanleiding van de stellingen plaatsvond en ook (nog steeds) geen oorspronkelijke uitgave van de stellingen is aangetroffen.

Dus blijft alleen over wat zeker is: Luther schreef op de 31e oktober 1517 brieven aan zijn superieuren, waarin hij de praktijk van de aflaathandel aankaartte en aanspoorde tot het uit de wegruimen van de misstanden. Bij de brieven voegde hij 95 stellingen, die als uitgangspunt voor een gesprek over dit thema moesten dienen.

Weliswaar wordt op het ogenblik door de meerderheid van de Lutheronderzoekers voor bewezen gehouden, dat Luther op de bewuste dag niet met de hamer te werk ging, maar toch is het beeld van het aanslaan van de stellingen nog een van de meest gebruikte in de omgang met Luther, de Hervorming en de Lutherstad Wittenberg.