Korte biografie

  • Geboren 10-11-1483 te Eisleben, als zoon van de mijnwerker Hans Luther
  • Gestorven.18-2-1546 Eisleben;
  • Trad ten gevolge van een bij een zwaar onweer afgelegde gelofte op 17 juli 1505 in in de kloosterorde van de Augustijner Heremieten, waar hij in het jaar 1507 tot priester gewijd werd.
  • In het jaar 1512 promoveerde hij te Wittenberg tot doctor in de theologie.
  • Zijn eerste colleges over de Psalmen hield Luther in de jaren 1513-1515, van 1515/16 volgden colleges over de Romeinenbrief en van 1516-1518 over de Galaten en Hebreënbrief.
  • De afkondiging van de aflaat waarvan de opbrengst bestemd was voor de bouw van de St. Pieterskerk te Rome (circa 1516) door de Dominikaan J. Tetzel, die als een marktkoopman te werk ging, riep bij Luther protest op.
  • Luther brengt zijn bewaren onder woorden in 95 stellingen, die hij op 31 oktober 1517 ten behoeve van een dispuut met geleerden in Wittenberg liet aanslaan en aan de aartsbisschop van Mainz stuurde met de uitnodiging hier schriftelijk op te reageren.
  • Luthers stellingen werden, voor hem zelf onverwachts, ongekend wijd verspreid. Reeds in 1518 dienden de aartsbisschop van Mainz en de Dominicanen klachten in Rome in. In het verhoor door de kardinaal-legaat Th. Cajetanus de Vio in oktober 1518 in Augsburg weigerde Luther ook maar iets te herroepen. Tijdens het dispuut te Leipzig in juli 1519 tussen J. Eck en A. Karlstadt verzette Luther zich tegen de gedachte dat de algemene Concilies niet kunnen dwalen. Vanuit zijn leer van de rechtvaardiging volgde automatisch kritiek op het pausdom, dat volgens Luthers opvatting over de goede verstaanbaarheid van de Schrift heenstapte. De bul “Exurge Domine” van 15 juni 1520 eiste zijn onderwerping. Luther antwoordde met de publicatie van zijn 3 grote geschriften, waarin hij zijn gedachten ontvouwde, “Aan de Christelijke adel van de Duitse natie” (augustis 1520), “Van de Babylonische Ballingschap der Kerk” (oktober 1520) en “Van de vrijheid van een Christen” (november 1520), waardoor hij het grootste deel van het Duitse volk voor zich inwon.
  • De pauselijke bul, waarin hij veroordeeld werd, werd door hem op 10 december 1520 plechtig verbrand.
  • Op 3 januari 1521 wordt Luther door paus Leo X geëxcommuniceerd.
  • Tijdens de Rijksdag te Worms in april 1521 weigerde Luther te herroepen en zich zwijgend te onderwerpen aan een algemeen Concilie; keizer Karel V deed hem daarop in de rijksban.
  • Keurvorst Frederik de Wijze van Saksen liet Luther na een in scène gezette overval op de Wartburg brengen, waar de vertaling van het Nieuwe Testament ontstond, die in 1522 gedrukt verscheen en in 1534 door de vertaling van het Oude Testament werd gecompleteerd. Tijdens het verblijf op de Wartburg ontstonden op veel plaatsen Lutherse gemeenten. Zijn geschrift tegen de gelofte van de monniken bracht talloze monniken en nonnen er toe het klooster te verlaten.
  • De boerenopstanden, die in de jaren 1524/25 overal in het rijk uitbraken, beriepen zich vaak op Luthers leer, maar de gruweldaden, die begaan werden, brachten hem, nadat hij in het begin begrip voor de bedoeling van de onder rechtsonzekerheid lijdende boeren had opgebracht, er toe de vorsten “Tegen de roofzuchtige en moordzuchtige boeren” tot aktie op te roepen.
  • Op 13 juni 1525 trouwde Luther met de voormalige Cisterzienser kloosterzuster Katharina von Bora.
  • De tegenstelling tussen Huldrich Zwingli en de Wederdopers kwam nu scherper naar voren. Het Godsdienstgesprek te Marburg (1529) met Zwingli leidde slechts gedeeltelijk tot overeenstemming, omdat Luther aan de reële tegenwoordigheid van Christus in het Avondmaal vasthield.
  • Om het volk te onderwijzen schreef Luther in 1529 de “Kleine Catechismus”, voor de predikanten de “Grote Catechismus”.
  • Tijdens de Rijksdag te Augsburg in 1530 boden meerdere evangelische rijksstanden hun voornamelijk door Melanchthon geschreven belijdenisgeschrift (“Confessio Augustana”, “Geloofsbelijdenis van Augsburg”) aan.
  • In 1539 stelde Luther in het geschrift “Van de Concilies en de Kerk” zijn visie op de kerk voor. Hij ontkende niet de mogelijkheid van zalig worden voor Rooms-Katholieke Christenen binnen een door de paus geleide kerk, maar hij legde hij wel de vinger bij de wortels van de kerk in Woord en Sacrament, zonder dat er mensen aan te pas komen.
  • In de laatste jaren van zijn leven wijdde Luther zich aan opbouw van de gemeenten.
  • De geschriften en de Bijbelvertaling van Luther hebben tot de verbreiding en doorbraak van een algemeen gebruikt Hoogduits wezenlijk bijgedragen. Zijn taal was gestempeld door de stijl van de meeste kanselarijen en de middeleeuwse bekeringsliteratuur.
  • Het hart van Luthers theologie klopt in de leer van de rechtvaardigmaking, die Christocentrisch moet worden uitgelegd.
  • In zijn geniale uitleg van de Bijbel is een keur aan theologische vernieuwingen vastgelegd, die zich moeilijk in een systeem laten vangen. In een onverbiddelijk worstelen om de waarheid van de openbaring van God in Christus was Luther ook de wegbereider van de problematiek van de nieuwe tijd (Wereld en mensbeschouwing).
  • Op politiek en sociaal terrein in het geheel niet principieel behoudend, past Luther toch in veel opzichten binnen het raamwerk van de 16e eeuw (Driestandenleer).
  • Hij zag zichzelf als leraar in de heilge Schrift, niet als hervormer van de kerk of de staat in het kader van de toenmalige ordening van de maatschappij.