Luther op de Wartburg (1521/22)

De machtige keurvorst Frederik de Wijze hoopt Luther door de “ontvoering” voor korte tijd uit de schijnwerpers te halen en de voortdurende aanvallen op de beweging van de Reformatie wat af te laten nemen. Luther leeft nu incognito op de Wartburg: hij noemt zich Jonker Jörg en “verzorgt zijn hoofdhaar en baard”. Maar Luther lijdt onder de verbanning: “in het rijk van de vogels”, zoals hij het zegt, heeft hij aan verschillende lichamelijke kwalen te lijden, Ook de vele deels door hem zelf, deels door anderen vertelde gevechten met de satan, zoals de spreekwoordelijke gooi met de inktpot, zouden het hem in deze tijd erg moeilijk gemaakt hebben…

De vertaling van het Nieuwe Testament

Zo wijdt Luther zich aan een nieuwe opgave: hij vertaalt in slechts elf weken het Nieuwe Testament uit het Grieks in de Duitse taal. Het werk, dat later nog door Melanchthon en andere deskundigen bewerkt werd, verschijnt in het jaar 1522 in gedrukte vorm. Deze zogenaamde “Septemberbijbel” vindt in de evangelische gebieden een enorme afzet en wordt daar tot een volksboek, waarmee het een wezenlijke bijdrage voor de ontwikkeling van de Duitse geschreven taal vormt.
Later volgen eerst delen van het Oude Testament en in 1534 verschijnt de gehele uitgave van de Bijbel in de Duitse taal, die eveneens op grote schaal verspreid wordt.

De reformatorische gedachten werden nu in Wittenberg, dat het centrum van de Reformatie geworden is, ook in de praktijk omgezet. Demonstratief trouwden in 1521 drie priesters, ook de kerkdienst werd aangepast. Luther ziet deze veranderingen uit de verte welwillend aan, hij onderhoudt een nauwe schriftelijke correspondentie met zijn medestrijders in Wittenberg.

In het bijzonder is nog te noemen het werk van Philippus Melanchthon, die in het jaar 1521 met zijn werk “Loci communes” de eerste formulering van de Lutherse leer tot stand brengt en daarmee het werk van de Reformatie ook theologisch gezien nauwkeurig vastlegt.

Luther echter keert, wanneer in 1522 de radicale krachten van de Reformatie (zoals de “Beeldenstormers” onder Andreas Bodenstein, generaal Karlstadt) de overhand schijnen te krijgen, naar Wittenberg terug.