Professor in Wittenberg (1512-17)

Luther, in 1512 doctor in de theologie geworden, krijgt nu aan de Wittenbergse universiteit “Leucorea” de leerstoel in de Bijbelse theologie. Hij houdt colleges over de Psalmen (1515/16), de Brief aan de Galaten (1516/17) en de Brief aan de Hebreën (1517/18). Deze tijd wordt door een hevig worstelen om geloofskennis gekenmerkt. Het voor hem beslissende licht in het geloofsleven moet hij bij het nauwkeurige bestuderen van de Brief aan de Romeinen gekregen hebben: De mens bereikt de gerechtigheid alleen door de genade van God, niet door de goede werken (Rom. 1, 17): “Want gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof leven.” Luther kwam, zoals hij zelf vertelt, tot dit voor hem beslissende inzicht in de studeerkamer van zijn kloostertoren te Wittenberg. Het tijdstip van dit als ” Turmerlebnis” bekend staande voorval is echter omstreden. Rond Luther vormt zich nu een kring van theologen, waartoe ook Nikolaas van Amsdorf en Andreas Bodenstein (Karlstadt) behoren. Ook wordt Luther in het jaar 1514 als predikant aan de Wittenberger Stadskerk beroepen.